Gast van de Exit

Credits: Aleksandar Pasaric

Ik sta op het podium en jij staat op de vloer. We kijken naar elkaar en al snel sta jij ook in de rook op het podium. Naast mij. En je begint tegen me te praten. Vanaf dat moment heb ik al mijn vrienden in de steek gelaten. En dat zegt wat.

Je bent lang, je houdt van techno (ik niet), je werkt in de psychiatrie, je hebt een leuke vriendin meegenomen, je danst lekker, je praat goed, je ziet er ONWIJS goed uit. Kortom, je bent eigenlijk gewoon perfect in alle opzichten.

“Kan hij zoenen?”, vraag ik me af. Ik hoop zó erg van wel. En hoppa, je begint me te zoenen. En met succes! Alle vinkjes zijn gezet. Je vraagt om mijn nummer en daar word ik echt heel blij van. Ik pak je telefoon en zet mijn nummer erin met mijn volledige naam erbij. Waarom ik dat doe, heeft meer met mijn eigen neurotische gedrag te maken. Ik kan er niet tegen als ik een contact in mijn telefoon heb staan met alleen maar een voornaam. Dus ik vind dat dit in jouw telefoon ook zo hoort. We lopen naar buiten en we nemen afscheid van elkaar. Ik zwaai je uit en zeg dat je me moet appen als je thuis bent.

En dat doe je. Maar nu heb ik dus een probleem. Ik heb werkelijk waar geen énkel idee meer wat je naam is. Ik kan echt niks bedenken. Geen letter, geen klank, helemaal niets. Ik wil natuurlijk niet laten blijken dat ik niet goed naar je heb geluisterd (dat had ik wel, maar de alcohol was ook gewoon heel hard aan het praten tijdens ons gesprek), dus ik heb er niet meer naar gevraagd. Ik durfde het niet en ik wilde niet afgaan bij jou.

Dit was echter wel het moment, want een paar dagen later kan ik daar echt niet meer mee aan komen zetten. “Hoe heet je ook alweer?” is dan een serieuze dooddoener. En een bevestiging van de stereotype Amsterdamse homo. Namen doen er niet toe.

Het is inmiddels 05:40 uur en je appt me heel lief ‘welterusten’. Mijn kans is voorbij. Ik besluit om je maar op te slaan als ‘Gast van de Exit’. Wat zal mijn moeder trots zijn.